|
"Het is je gegeven, of niet.." verzuchten Calvinisten weleens. Maar ook veel mensen die niet in streng-gereformeerde of bevindelijke kringen opgegroeid zijn, lopen soms tegen dit soort ideeën aan: Het idee dat we pas kunnen gaan geloven als God ons tot Hem trekt. Als prooftext haalt men dan vaak Johannes 6:44 aan, waar inderdaad iets dergelijks beweerd lijkt te worden. Ik noem dat echter bewust een prooftext, omdat het dan wel volledig van de context losgeweekt moet worden. In strikte zin hebben calvinisten natuurlijk gelijk: Ja, het is God Die ons tot Zich trekt, maar in de context vinden we de redenen waaróm dit gebeurt. Laten we die context er eens bij pakken. Patroon We zullen het tekstgedeelte in drieën opdelen, om zo echt een goed beeld te krijgen van de context. We bekijken eerst het eerste deel, dan het laatste deel, en vervolgens het middelste deel, waar het cruciale vers in ingebed is. Wie goed oplet, ziet dan een patroon ontstaan. Jezus wijst in dit patroon ook telkens op hun ongeloof, en dus hun eigen verantwoordelijkheid, en niet alleen Gods verantwoordelijkheid. Het is immers niet zo dat het Joodse leiderschap al geestelijk blind geboren was. Nee, het was in eerste instantie een keuze om Gods woorden uit het Oude Testament niet te geloven. Nadat zij eerst hun eigen hart bleven verharden, verhardde God uiteindelijk hún hart. Als ze al in die geestelijk blinde status geboren waren, was die verharding immers niet nodig geweest. Jezus vertelt in Mattheüs 13:13-15 immers juist dat Hij vanaf dat moment bewust in gelijkenissen spreekt omdat Hij niet wil dat ze misschien tóch gaan geloven én zo gered worden. Dat zou een gekke uitspraak zijn als dat überhaupt al niet mogelijk was, nietwaar? Geloven tot redding is dus blijkbaar iets dat iedereen kan doen, ook als harten al verhard zijn. Gods verharding zou hier niet nodig zijn als de éigen verharding al voldoende was. Bovendien stipt dit punt ook duidelijk de eigen verantwoordelijkheid aan, en niet enkel Gods acties. Begrijpt u wat ik bedoel? Dan bent u klaar om naar het eerste tekstgedeelte te kijken. " 32. Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel. 33. Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft. 34. Zij zeiden dan tegen Hem: Heere, geef ons altijd dat brood. 35. En Jezus zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben. 36. Maar Ik heb u gezegd dat u Mij wel gezien hebt, en toch gelooft u niet. 37. Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen." (Johannes 6:32-37, HSV) Brood Jezus introduceert Zichzelf in dit gedeelte als hét Brood des Levens, maar wijst daarbij eerst duidelijk op hoe dit idee van brood dat leven geeft al in het Oude Testament is vastgelegd, en van God kwam. Het was de Vader Die het brood gaf, niet Mozes. Jezus trekt hier een parallel, maar legt in vers 36 heel duidelijk de eerste verantwoordelijkheid bij de mens. Focus eerst op de Vader, dan kom je vanzelf bij Zijn Profeet. In het Oude Testament was Mozes daar een voorafspiegeling van. In het Nieuwe Testament is het duidelijk dat Jezus de Verlosser is. Doe je werkelijk de wil van de Vader, dan kun je niet anders dan uitkomen bij Jezus. Hij verwijt Zijn toehoorders in vers 36 dan ook dat ze Hem niet geloven. In het vers erna vertelt Hij vervolgens in feite dat iedereen die tot Hem komt, dat alleen kan doen doordat ze eerst door de Vader gegeven zijn. In het derde gedeelte van de bredere context (we zouden het stuk in drieën opdelen, weet u nog?) wordt echter duidelijk hoe dit zich verhoudt tot de eigen verantwoordelijkheid, ofwel het geloof van Zijn toehoorders. Lees maar eens mee.
Ongeloof Het laatste gedeelte van de bredere context is cruciaal om te begrijpen waarom Jezus eerder zei dat niemand tot Hem kon komen dan degenen die Hem door de Vader gegeven waren. Met het woord "daarom" verwijst Jezus heel duidelijk naar de precieze reden waarom niet iedereen tot Hem kon komen: ongeloof. Hij stelt dat niet iedereen die achter hem aanliep geloofde. Discipel betekent primair immers volgeling, maar zegt niet noodzakelijkerwijs dat iemand Jezus als Verlosser en Heer erkent. Dit blijkt wel uit vers 66, waar we zien dat velen van zijn "discipelen" (volgelingen, mensen die achter hem aanliepen) niet meer verder met Hem meegingen. Andersom betekent dit dus automatisch dat het geloof ervoor zorgt dat mensen door de Vader aan Jezus gegeven worden. Snapt u hoe dat werkt? Laat het me even eenvoudig in een schemaatje zetten hieronder: Geloof -> Vader geeft Jezus de Zijnen -> Jezus werpt hen niet uit Voorkennis Daarnaast zien we hier ook een stuk voorkennis. Jezus wist al van het begin af aan wie het waren (meervoud) die niet in Hem zouden geloven, zo lezen we in vers 64a. Dat gaat dus niet enkel over Judas. Die wordt slechts als voorbeeld toegevoegd (merk het voegwoord "en" in vers 64b op). Omdat Hij dat al wist, besloot de Vader hen niet naar Jezus toe te trekken. Merk overigens ook op dat het in Johannes 6 de Vader is die de mensen naar Jezus toetrekt, en in Johannes 12 Jezus Zélf. Waarom dat verschil? Simpel. We zijn in deze tekst nog vóór Jezus kruisiging, die natuurlijk wel moest gebeuren om de mensheid te kunnen redden. Als alle farizeeërs nu al gered zouden worden (en later zouden er zeker velen gered worden - kijk naar Paulus), zou dat Gods plan tegenwerken. Om die reden wilde Jezus in eerste instantie enkel de ingewijden vertellen over Zijn heilsplan, zo ontdekten we in Mattheüs 13 al. Pas nadat Hij gekruisigd, opgestaan en verhoogd was, zou Hij állen naar Zich toetrekken (Joh. 12:32). Daarom is de eigen verantwoordelijkheid van mensen in dit proces ook zo belangrijk: Als immers iedereen automatisch naar Jezus toegetrokken wordt, zou iedereen volgens die regel ook automatisch gered worden. We weten dat dat niet zo werkt, dus is het trekken op zichzelf niet iets waar we ons op moeten blindstaren. Nee, ons geloof is heel belangrijk. Enfin, laten we nu eens naar het cruciale gedeelte gaan. Ik denk dat we nu wel voldoende context hebben om te begrijpen wat Jezus bedoelt. " 41. De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood dat uit de hemel neergedaald is. 42. En zij zeiden: Is Hij niet Jezus, de zoon van Jozef, van wie wij de vader en moeder kennen? Hoe kan Hij dan zeggen: Ik ben uit de hemel neergedaald? 43. Jezus antwoordde dan en zei tegen hen: Mor niet onder elkaar. 44. Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. 45. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God onderwezen zijn. Ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij. 46. Niet dat iemand de Vader gezien heeft, behalve Hij Die van God is; Híj heeft de Vader gezien." (Johannes 6:41-46, HSV) Trekken Nu we het patroon hebben vastgesteld, zien we het opeens overal. Ook hier zien we dat de Joden morren en Zijn autoriteit in twijfel trekken (vers 41-42). Ze denken dat Hij gewoon een man is, een jongen van wie ze de ouders kennen. Jezus wijst hen weer terecht (vers 43) en wijst hen op de Vader (vers 44a). Híj is Degene op Wie ze écht moeten focussen. Dan komen ze namelijk automatisch bij Jezus uit. Dát is wat het trekken impliceert: God trekt hen naar Jezus toe omdat ware gelovigen eerst besluiten om naar God te neigen, door geloof. Het is immers al in het Oude Testament opgeschreven, zegt Jezus in vers 45. Wie goed kijkt, kan Jezus bijna op elke bladzijde van het Oude Testament vinden. Veel Joden sloten (en sluiten helaas nog steeds) hun ogen voor die ongemakkelijke waarheid. "En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen naar Mij toe trekken." (Johannes 12:32, HSV) Conclusie
Het is dus allemaal niet zo moeilijk en ingewikkeld als de Calvinisten het u willen doen laten geloven. Gelooft u het Oude Testament? Dan komt u vanzelf bij Jezus uit. Gelooft u het niet? Dan komt u niet bij Jezus uit. En ja, God speelt daar zeker een grote rol in. Maar laten we die rol niet overdrijven. God is soeverein, maar dat betekent niet dat binnen die soevereiniteit geen ruimte is voor een vrije wil van mensen. God is geen micromanager die mensen tot op het kleinste niveau moet besturen om soeverein te zijn. Een man hoeft zijn gezin toch ook niet op het kleinste niveau te managen om het hoofd van het gezin te zijn? Ik hoop het in elk geval niet. Het lijkt me niet gezond als een vader letterlijk álles in zijn gezin bepaalt. Er ligt een zekere mate van vrijheid in soevereiniteit. Dat straalt ook vertrouwen uit naar uw partner en kinderen. Het extreem deterministische denken binnen het Calvinisme is daarom iets wat we keihard af moeten wijzen. Het is een vals evangelie, waarin het geloof eigenlijk van geen betekenis meer is, omdat God in die zienswijze alles al heeft bepaald en het geloof automatisch is. Het dan ook niet of-of, maar en-en. Ja, God trekt mensen naar Jezus toe, maar dat betekent niet dat wij geen verantwoordelijkheid hebben om Hem te geloven. Geloof is dus geen gevolg van uitverkiezing, maar de oorzaak ervan. Dát is waar Jezus nadrukkelijk op wijst in deze tekst.
1 Opmerking
Han
22/9/2025 15:29:36
Pure genade voor iedereen.vraag Of Jezus in je hart komt..en belijd ik kan het niet help mij ik neem Uw aanbod aanU nam mijn zonde op U.en zo zeker als wat doir Xijn offer hetblied msg je tot De troon der genade komen.
Antwoorden
Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.
Laat een antwoord achter. |
Categorieën
Alles
Archieven
December 2025
|