"U moet het vijftigste jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie." (Lev. 25:10, HSV)
"En betreffende datgene zei Hij: "In dit jubeljaar zal een ieder van jullie teruggaan naar zijn eigendom." En evenzo is dit de manier waarop de vrijlating zal gebeuren: elke schuldeiser zal hetgeen hij heeft uitgeleend aan zijn naaste, vrijgeven. Hij zal het niet afdwingen van zijn naaste en zijn broeder, want YHWH’s vrijlating is uitgeroepen. En het zal uitgeroepen worden aan het einde van de dagen, betreffende de gevangenen, zoals Hij zei, "om de gevangenen vrij te verklaren." Zijn interpretatie is dat Hij hen zal toewijzen aan de zonen van de hemel en aan het erfelijk bezit van Melchizedek. Melchizedek Het viel Johnson op dat in deze boekrol echt wat potentiële ankerpunten gegeven worden qua timing, en daar kan ik hem op zich geen ongelijk in geven. Het verhaalt in het dikgedrukte deel over het negende jubeljaar, en daar de eerste week (shmita) van. In deze eerste week (7 jaren dus) van deze jubeljaarcyclus (in totaal 50 jaar) zou volgens hem vergeving van zonden komen, en dat is inderdaad ook hoe ik de tekst lees. Het is gezien de context van dit vers zeker logisch om daarbij te denken aan Jezus Die voor al onze zonden stierf. Later in dit tekstgedeelte wordt ook duidelijk dat de genoemde Melchizedek hier in feite vereenzelvigd wordt met Jezus. Ook dat is Bijbels gezien niet gelijk heel vreemd, want ook de schrijver van de zendbrief aan de Hebreeën koppelt in hoofdstuk 7 deze mysterieuze persoon uit Genesis 14 aan de Persoon van Jezus Christus: " 1. Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. Hij ging Abraham tegemoet, toen die terugkeerde na het verslaan van de koningen, en zegende hem. 2. Aan hem gaf Abraham ook van alles het tiende deel. In de eerste plaats was hij – aldus de vertaling van zijn naam – koning van de gerechtigheid en verder was hij ook koning van Salem, dat is koning van de vrede. 3. Zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom kent hij geen begin van dagen en ook geen levenseinde, maar aan de Zoon van God gelijkgemaakt, blijft hij in eeuwigheid priester." (Hebreeën 7:1-3, HSV) Onahs Ook Johnson vertaalde deze rol in zijn werk langs ongeveer dezelfde lijnen, maar voegde daar bij zijn commentaar aan toe dat hierbij gerekend moet worden met zogeheten onahs, perioden van 500 jaar waarin de Joden naar verluidt destijds hun tijdslijn indeelden. Het woord onah komt echter helemaal niet voor in dit tekstgedeelte. Ook is het een idee dat later pas ontwikkeld werd door rabbijnen, die daarover in de Talmoed één en ander hebben opgeschreven. Het woord onah komt slechts éénmaal in de Bijbel voor (Exodus 21:10) en verwijst daar inderdaad naar een bepaalde periode (van huwelijkse verplichtingen), maar nergens schrijven zij echter dat dit precies 500 jaren zou zijn. Ik vraag me sowieso stellig af of de Talmoed nu wel zo'n goede bron is om Bijbelse wijsheden uit te halen. Ik heb Johnson meermaals gemaild en kreeg altijd antwoord op mijn vragen, en toen ik hem hiermee confronteerde verwees hij me naar Dodezeerol 4Q177. Daar zou het doorslaggevende bewijs staan dat een Onah wel degelijk als eenheid van tijd werd gebruikt in de tijd van de Essenen (de schrijvers en kopiisten van de Dodezeerollen). Jubeljaar Het klopt inderdaad dat het woord onah in die boekrol voorkomt, maar nergens uit de context blijkt dat ze hierbij aan periodes van 500 jaar dachten. Ik vroeg Johnson hier vorig jaar naar, maar kreeg geen antwoord meer. Johnson maakt dus, zoals het nu lijkt, een aantal bijzondere sprongen in zijn redenatie. Hij neemt aan dat wanneer de Essenen over onahs praten, hier altijd een periode van 500 jaar mee bedoelen, alsof dit een vaste periode zou zijn. Het Bijbelgedeelte uit Exodus 21:10 bewijst al dat dit in elk geval lang niet altijd zo is. Omdat het daar over huwelijkse verplichtingen (gemeenschap met elkaar) gaat, kan ik me niet voorstellen dat dat 500 jaar zou duren. Waar hij die informatie vandaan heeft, is ook niet duidelijk. Enfin, laten we even meegaan in zijn gedachten, en de Melchizedek-rol verder analyseren. Shmita Johnson plaatst het moment dat Jezus aan het kruis stierf, in 32AD. Zijn redenatie is dat het negende jubeljaar voltooid was in 25AD, en de eerste shmita dus in 32 eindigde. We zijn daarmee dus al in de tiende cyclus. Dat geeft echter wel een grote lastigheid, want diezelfde tekst vertelt dat er een grote verzoening het einde van die periode markeert. De meeste Bijbelstudenten weten echter dat de tempel in 70AD vernietigd werd, terwijl 25+50 natuurlijk 75AD geeft. Maar ook daar wordt een oplossing voor aangedragen. Er zou nog een ándere Joodse tempel geweest zijn in Egypte, die naar het schijnt in 75AD vernietigd zou zijn. Dat is echter niet wat de geschiedenis leert. Deze Joodse tempel bestond inderdaad echt, de zogeheten Tempel van Onias, maar werd al in 73AD vernietigd. Het klopt allemaal nèt niet. Ook kunnen we ons afvragen hoe dit in relatie staat tot een Grote Verzoendag. Bedoelt Johnson te zeggen dat er toen pas échte verzoening kwam voor Joden en christenen? Was de verzoening in 32AD dan niet voldoende? Was de vernietiging van de tempel de laatste fase? Ik vind het persoonlijk allemaal heel dunnetjes. "Want Hij heeft ergens over de zevende dag als volgt gesproken: En God heeft op de zevende dag van al Zijn werken gerust. Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God," (Hebreeën 4:4, 9, HSV) Cyclus Enfin, als het jaar 25 na Christus de cyclus van het 9e jubeljaar afsluit en de start van de 10e jubeljaarcyclus markeert, dan is er sprake van een cyclus. De vraag is echter: Wanneer is die cyclus dan begonnen, en waarom dáár? 10 cycli zijn inderdaad 500 jaar, maar wie zegt dat het daarna weer opnieuw verdergaat als de zoveelste onah? Waarom komt er geen 11e jubeljaarcyclus? En wanneer begon de cyclus dan precies waar de Melchizedek-rol over rept? Dat zou dan in het jaar 475 voor Christus zijn geweest, als we afgaan op de data van Johnson. Er zouden dan 7 onahs van 500 jaar aan voorafgegaan moeten zijn, wat het totaal op 4000 jaar brengt tot iets voor de start van Jezus' bediening, die in ongeveer het jaar 29AD begonnen moet zijn. Omdat veel christenen geloven dat de aarde 6000 jaar zal bestaan en daarna het 1000-jarige vredesrijk als een soort sabbatsrust zal komen, zijn ook nu weer heel veel christenen aan het kijken naar data waarop Jezus terug kan komen. 25AD plus vier onahs (2000 jaar) is 2025, dus veel christenen denken dat het elk moment kan gebeuren. Dat jaar is echter voorbij, maar dat weerhoudt hen er niet van met nieuwe data te komen. "Zou het dit najaar kunnen gebeuren?" denken velen. "Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag." (2 Petrus 3:8, HSV) Conclusie Natuurlijk kan dat. Jezus kan echter élk moment terugkomen. Ik denk niet dat het handig is dat we daarover teveel speculeren. Natuurlijk verlang ik daarnaar, maar tegelijk heb ik ook al heel vaak gezien dat mensen ernaast zaten met hun uitgerekende datum, en dat zorgt meestal voor meer teleurstelling dan dat het mensen nu echt zoveel bemoedigt. Het verwordt dan tot een soort geestelijke shocktherapie. Toegegeven, ik heb vroeger ook veel gekeken naar mogelijke data en hechtte eerder ook veel waarde aan de woorden van Johnson. Ik heb hem regelmatig als autoriteit aangehaald, maar krijg daar wel steeds meer vraagtekens bij. Nogmaals; het klopt allemaal net niet lekker en er moet wel creatief worden gedacht om Johnsons theorie te laten passen. Bovendien kunnen we ons afvragen of de 6000-jarentheorie wel klopt, als we overwegen dat de Septuagint juist veel méér jaren lijkt te geven. Hierover meer in dit artikel. Ook vergeten veel mensen dat de Dodezeerollen niet allemaal per definitie geïnspireerd door de Heilige Geest behoeven te zijn. Het kunnen gewoon gedachten zijn van mensen uit die periode, en dat hoeft niet per se waar te zijn. Laten we uitzien naar de dag van de opname, maar laten we ervoor waken hierbij telkens data te noemen. Als het klopt, merken we het vanzelf. En als het niet klopt, is iedereen teleurgesteld. Kijk naar de tekenen, niet naar data. "Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Als het avond geworden is, zegt u: Mooi weer, want de hemel is rood; en 's morgens: Vandaag storm, want de hemel is somber rood. Huichelaars! De aanblik van de lucht weet u wel te onderscheiden, en kunt u de tekenen van de tijden niet onderscheiden?" (Mattheüs 16:2-3, HSV)
1 Opmerking
Laurens Overduin
6/9/2026 11:36:22
Citaat
Antwoorden
Je opmerking wordt geplaatst nadat deze is goedgekeurd.
Laat een antwoord achter. |
Categorieën
Alles
Archieven
September 2026
|